
Je kent het wel, van die elanden-stickers die Noorwegen-fans op hun auto plakken. Heel leuk allemaal, maar de meeste toeristen hebben nog nooit het voorrecht gehad om een eland in het echt te zien. Ook ik deed er ruim een jaar over om "De koning van het bos" in levende lijve te mogen aanschouwen. Er is zelfs een periode in mijn leven geweest dat ik ernstig twijfelde aan het bestaan van de eland. Immers er bestaan ook dergelijke verkeersborden in dit prachtige land:

Zou de eland niet gewoon pure gewichtigdoenerij van die Noren zijn? Een manier om op Loch Ness-achtige wijze naïeve buitenlanders aan te trekken en het toerisme een duwtje in de rug te geven? Maar telkens als ik mijn twijfels uitte, werd mij door de lokale bevolking verteld dat ik gewoon even een ritje naar Kvikstad moest maken. Keer op keer werd mij plechtig beloofd dat het daar van de elanden wemelde, ja dat het welhaast onmogelijk was om er NIET één te zien.
Inmiddels heb ik al een aantal keer een of meerdere elanden gezien, één keer stonden er zelfs twee in onze achtertuin (voor sceptici, zie hier het bewijs: http://www.andersensijtsma.be/linpha-1.2.0/viewer.php?albid=3901&stage=2, maar nooit zijn de Kvikstad-elanden-garanties uitgekomen. Ik zie sowieso heel zelden elanden, hooguit 4 keer per jaar. En dat is jammer, want vrienden en familie die langskomen, hebben dit juist bovenaan op hun verlanglijstje te staan.
Vandaar ook dat ik afgelopen dinsdag, zittend op de achterbank bij kennissen onderweg naar Kvikstad, enigszins honend zei: "Nou, kom maar op met die elanden."
Maar zoiets keert zich natuurlijk tegen je. Want binnen de kortste keren zat ik met mijn mond vol tanden toen de chauffeur (al na een kwartier rijden) plotseling remde. Aan de rechterkant van de weg lagen maar liefst vijf elanden te doezelen. En na een half uur rijden moest onze chauffeur opnieuw vol op de rem, ditmaal om een overstekend wijfje te ontwijken. Uiteraard was ik toen al dik tevreden, maar alsof die beesten het erom doen, stonden er ook op de terugweg nog eens twee elanden vrolijk te grazen in een weiland langs te weg. En nog geen vijftien minuten later moesten we alweer halt houden, zodat ik met mijn mobieltje een foto kon maken van een enorm mannetje dat ons glazig stond aan te staren.
Na zo'n ervaring haal je je natuurlijk de gekste dingen in je hoofd. Misschien komt het door de kleur van onze auto? Misschien heeft het iets te maken met het feit dat wij geen autochtonen zijn? Wie weet is de oorzaak puur een genetische fout, dat mijn hersenen weigeren om de aanblik van een eland te registreren, omdat mijn jagersinstinct in de loop der generaties op een lager pitje is gezet?
Wat het ook mag zijn, ik voel me gewoon een beetje belazerd door die loerendraaiers van een elanden. Gelukkig begint binnenkort het jachtseizoen weer.