Twee jaar in de bak of ware internationale liefde

by Femmigje Andersen-Sijtsma 28. July 2010 20:39

Het is in mijn vriendenkring inmiddels meer regel dan uitzondering: een internationaal huwelijk, oftewel een relatie tussen twee mensen met verschillende nationaliteit. De afgelopen jaren leerden wij Noors-Canadese, Nederlands-Franse, Bulgaars-Nederlandse, Pakistaans-Duitse en Faerörs-Nederlandse stellen kennen. Onze voormalige buren vormen een Noors-Sloveens stel, wijzelf een Fries-Deens en mijn zus en haar man een Fries-Noors. Daarom stonden wij ook niet met onze oren te klapperen toen we hoorden dat een goede (Noorse) vriend van Bjarke een erg leuk Oekraïens meisje had ontmoet in Kirgizië en dat ze inmiddels trouwplannen hadden. We zagen het alweer helemaal voor ons: even een tolk regelen voor bij het feest, de huwelijksvoltrekking in het Engels, de huwelijkstradities uit twee landen op een elegante manier zien te combineren, tja gewoon de standaard procedure dus en dan over een paar jaar de twee- of meertalige opvoeding via het One Parent One Language-principe. Maar dit keer moesten er blijkbaar niet alleen taalkundige obstakels uit de weg geruimd worden. De aanstaande bruid verbleef met een visum in Noorwegen en er moest dus getrouwd worden voor deze verlopen was. Bjarke en ik werden gevraagd als getuigen en moesten vooraf een document tekenen. Daar bleek aardig wat haast bij geboden te zijn: ik was een weekje weg, maar de bruidegom had er best 100 kilometer rijden voor over om mijn handtekening op te halen. Ik moet toegeven, het was even slikken toen ik onderaan op dat formulier het volgende moest aankruisen: ‘Hierbij verklaar ik alle gegevens over het aanstaande bruidspaar naar waarheid te hebben ingevuld. Ik ben mij er van bewust dat ik twee jaar gevangenisstraf riskeer bij het verstrekken van foutieve informatie.’ Want hoe goed kende ik deze Oekraïense bruid nou eigenlijk? Tja, ik had haar één keer ontmoet, tijdens een verjaardagsfeestje. Erop vertrouwend dat deze vriend van Bjarke de ware liefde had ontmoet en zich niet liet verleiden tot het sluiten van een schijnhuwelijk, heb ik getekend. Maar mochten jullie opeens twee jaar niets van mij vernemen, neem dan toch eens contact op met de plaatselijke gevangenis hier...

Echte sport- en natuurliefhebbers als ze zijn, wilde het bruidspaar het liefst een trouwdienst in de buitenlucht. De Noord-Noorse zomer heeft zich dit jaar bepaald niet van zijn beste kant laten zien, maar blijkbaar waren ze er stellig van overtuigd dat ze in een heel goed blaadje staan bij de weergoden... Dat bleek inderdaad te kloppen. Na weken gure regen en temperaturen rond de 10 graden, was daar hun Grote Dag: onbewolkt, 22 graden en een heerlijk verkoelend briesje. Als locatie voor de plechtigheid hadden ze gekozen voor het park van een psychiatrische inrichting... en stond gepland om 15:00. Ik moest die dag werken tot 14:00 en hoopte me in dat uurtje snel even te kunnen opknappen. Aangekomen in het huis van het bruidspaar, nam de bruid (op dat moment nog in joggingspak!!!) ruim de tijd om mijn haar een feestelijk tintje te geven. Zijzelf leek zich totaal niet om de tijd te bekommeren (ze vroeg zelfs nog uitgebreid naar mijn werkdag), maar ik zat daar toch echt niet op mijn gemak. Een half uur later heb ik haar maar naar boven gejaagd opdat ze toch in vredesnaam maar snel die trouwjurk aan zou trekken. Toen ik om tien voor drie eens polshoogte ging nemen, vroeg ze doodgemoedereerd of ze toch niet liever die andere trouwjurk aan zou trekken, die ze ook te leen had gekregen.

Iedereen die mij aardig goed kent, weet dat ik geen ster ben in het maken van beslissingen. Ik kan echt minutenlang voors en tegens af staan wegen, eer ik tot een besluit kom welk merk pindakaas ik moet kopen, maar ik begreep dat hier kordaat handelen vereist was. ‘De jurk die je nu aan hebt, staat je zonder twijfel het mooist!’

‘Echt waar? Maar als ik nou... ?’

‘NEE! Jij houdt die jurk mooi aan! En nu een, twee, drie, mars naar buiten!’

Echt, ik herkende mezelf bijna niet!

Zo als ik al genoemd heb vond de plechtigheid plaats in een park dat hoort bij een psychiatrische inrichting. In eerste instantie was de bruid niet laaiend enthousiast geweest over dat idee en met de beelden van het VPRO-programma Loenatik zag ook ik enige bezwaren. Hordes schizofrenen, borderliners en andere neurotische gevallen die in hun labiele toestand de hele plechtigheid zouden kunnen verstoren. Maar bij een eerder bezoek aan het park bleek dat alles er uiterst vredig bij lag en dat er zich geen gevaarlijke psychopaten of zich Michael Jackson-wanende mannen in de bosjes verscholen.

Ook op de dag van de trouwerij leek er in eerste instantie geen vuiltje aan de lucht te zijn, totdat er opeens een patiënt met een verwonderde blik steeds dichterbij kwam. Zijn begeleider, een jongen van een jaar of 20, leek mij een onervaren zomerkracht die de situatie slecht onder controle had en het naderende onheil niet op tijd zou weten af te wenden. Zodoende bevond de man zich even later bij de tafel met Avondmaalbenodigdheden, terwijl de twee ingehuurde musici die prachtige klarinet- en dwarsfluitmuziek ten gehore brachten, niets in de gaten hadden. Na alle gasten uitvoerig aangegaapt te hebben, besloot de man er vandoor te gaan met de Avondmaalwijn. De dominee wist hem deze echter weer voorzichtig afhandig te maken, maar even later pakte de man het doosje met hosties om die vervolgens onder het maken van vliegtuiggeluiden boven zijn hoofd heen en weer te zwaaien. Toen zijn begeleider de hosties weer veilig op tafel had gezet, trok de fles wijn opnieuw de interesse van de man, die er nu mee weg liep. De vader van de bruidegom had inmiddels genoeg van het hele gedoe en besloot de achtervolging in te zetten. Gelukkig wist de begeleider toen de aandacht van de patiënt af te leiden door hem een rolletje plakband te geven en uiteindelijk liepen ze samen verder. Het bruidspaar zelf vond het een grappig intermezzo, maar ik denk dat een aantal gasten hun hart vast hielden.

Behalve Bjarke en ik waren ook de andere getuigen experts op het gebied van internationale relaties. De beste vriendin van de bruid was namelijk een Amerikaanse getrouwd met een Rus en de broer van de bruidegom een Noor getrouwd met een Oegandese.

Bodø

Eeuwige vriendschap: onze nieuwe allerbeste hartsvrienden

by Femmigje Andersen-Sijtsma 5. June 2010 23:28

Nu onze beste vrienden besloten hebben om in september voor 10 maanden naar Canada te vertrekken, de eensgezindheid bij ons in de kerk een zeker dieptepunt heeft bereikt en onze favoriete buren bovendien net verhuisd zijn, voelde ik ons sociale netwerk onder mijn handen afbrokkelen. Ik begon het allemaal wat somber in te zien en ik vroeg me af of het straks nog wel leuk is om in Bodø te wonen, maar een onschuldige advertentie op internet kan een boel veranderen... daar zijn wij inmiddels wel achter. 

Al  geruime tijd ergerde ik me aan een stapel gordijnen die inmiddels drie jaar ongebruikt in de kast hadden gelegen. Ze pasten perfect in ons vorige appartement, maar in het huis waar we nu wonen bleken ze vanwege de schuine ramen onbruikbaar, vandaar dat ze in de kast belandden. Een paar dagen geleden besloot ik onze gordijnen maar eens gratis aan te bieden op de Noorse marktplaats. Binnen de kortste keren kreeg ik een emailtje van een Indische vrouw die geïntereseerd was: ze bleek bij ons in de buurt te wonen en wilde graag langs komen. Toen ze de volgende dag bij ons aanbelde, stond Bjarke net een kliekje rijst met kip en kerrie op te warmen en ons huis zal daar dus wel naar geroken hebben. Uiterst tevreden met de gratis gordijnen en klaarblijkelijk nogal onder de indruk van die man in de keuken die voor heerlijke etensgeuren had gezorgd, besloot deze vrouw ons de volgende dag bij hen thuis uit te nodigen (niet alleen ons trouwens, maar onze HÈLE familie) en wie zou er met een Indische maaltijd in het verschiet niet op zo’n uitnodiging ingaan? Vol verwachting belden wij dus de volgende dag bij dit onbekende gezin aan, waar we zeer gastvrij werden onthaald.  Meneer bleek als kok bij twee restaurants in de stad te werken, iets wat duidelijk te zien was toen we de borden voor ons neus kregen: het eten was heerlijk en zag er ook prachtig uit. De drie kinderen van het gezin speelden buiten en aten niet mee, want voor Indisch eten haalden ze volgens hun ouders hun neus op. “Die eten veel liever pizza en hamburgers,” wist hun moeder ons te vertellen. De tv stond de hele avond op een Bollywood-zender (zonder geluid), in de kamer stonden allerlei snuisterijen en de muren hingen vol foto’s van familieleden, onder andere van de heer des huizes met tulband. We keken onze ogen uit. De eerste onwennigheid verdween al snel en binnen de korste keren hadden we een gezamenlijke vorm voor humor ontdekt. Het klikte verrassend goed met deze tot voor kort nog totaal onbekende mensen: het was beregezellig. Toen we met een kop Chai in de woonkamer gingen zitten, kreeg Bjarke een laptop voor zijn neus, die hij maar even onder handen moest nemen. Dat ze daar precies de juiste man voor in huis hadden gehaald, wisten ze toen nog niet: ze dachten gewoon dat alle Noren (en Denen) veel verstand van computers hebben. Toen het gevaar voor Indisch eten geweken was en er taart op tafel was verschenen, kwamen ook de kinderen een voor een binnendruppelen. Moeder haalde een blouse tevoorschijn die ik toch echt even moest passen. Het was niet helemaal mijn smaak, maar ik begreep dat het onbeleefd zou zijn om het kledingstuk te weigeren. Toen ik terugkwam in de woonkamer waren de beide heren inmiddels aan de wiskey...  

 “Nu zijn jullie onze vrienden! Een vriendschap voor het leven, want als wij eenmaal met iemand bevriend raken, doen we er alles aan om die vriendschap te bewaren,” werd ons op het hart gedrukt en dus werden we ook meteen maar uitgenodigd voor de enorme barbeque die ze volgende week  voor de klas van hun zoon van plan zijn te geven om het schooljaar af te sluiten.

Kortom, zet dus allemaal jullie gordijnen op internet en wie weet ben je binnen de kortste keren dikke vrienden met de plaatselijke Indiërs.

Bodø

Het kinderwagenparadijs

by Femmigje Andersen-Sijtsma 21. August 2009 11:43

Het is zover. Na maanden twijfelen en dubben heb ik besloten om weer aan de studie te gaan. Vanaf 24 augustus a.s. is mijn titel officieel “Bachelorstudent Sociologie” en daarmee verruil ik mijn leven als kostwinner met dat van een studieboekenverslindende collegeloper, weer ouderwets genietend van allerhande studentenkortingen en twee maanden gratis stadsvervoer.

Inmiddels ben ik al een paar keer op de faculteit geweest om wat praktische en administratieve zaken te regelen. Een ding viel mij daarbij meteen op (wie weet is het mijn eerste sociologische ontdekking): het stikt hier van de kleuters! En dan heb ik het niet over het gemiddelde niveau van mijn medestudenten.

Bij het ophalen van mijn studentenpas was ik getuige van het volgende tafereel: in de rij naast me stond een jonge vrouw met een druilerige peuter, die behoorlijk uit zijn doen raakte, toen zij hem eventjes alleen liet. Er moest namelijk een foto gemaakt worden voor op haar studentenpas. Uit pure wanhopigheid (en vermoeidheid) ging het kleine ventje languit op de vloer liggen terwijl hij huilend met zijn vuistjes op de grond begon te timmeren. Moeders riep hem vanuit het fotohokje toe dat je je wel een beetje dient te gedragen op een universiteit.

Het was me een paar jaar geleden al eens opgevallen dat de universiteit van Bodø een eigen kinderdagverblijf heeft, speciaal bedoeld voor de kinderen van studenten, maar welke omvang dit fenomeen had, was mij toen niet duidelijk. Inmiddels heb ik daar een beter beeld van gekregen. Zo ving ik bij het prikbord waar tweedehands studieboeken worden aangeboden dit gesprek op:

‘Mamma, jij werkt hier, hè?’

‘Jaaaa.’

'Ik ben op mamma haar werk.’

‘Nou ja, werk, mamma studeert hier, Sofie.’

Op naar de universiteit! (illustratiefoto)

Naast vrouwen met kinderwagens, gezellig keuvelende kleutermeisjes en een hoogzwangere eerstejaars, heb ik ook mánnen met kinderen op de arm gezien. Toch krijg ik de indruk dat het niet de bedoeling is dat al deze studenten hun kroost straks meenemen naar college. Dat stond namelijk expliciet vermeld in het reglement van de universiteit. Iets waar volgens mij in het reglement van de Rijksuniversiteit Groningen met geen woord over wordt gerept.

Maar de bijzonderste van al mijn observaties was toch wel de uitspraak van een decaan tijdens een openingstoespraak waarbij alle studenten er nadrukkelijk op gewezen werden dat het mogelijk is om tijdens de schriftelijke tentamens een BORSTVOEDINGSPAUZE in te lasten.

Betekent dat nou dat de vrouwenemancipatie hier verder is dan in Nederland? Dat het onderwijs hier op praktisch en financieel gebied veel toegankelijker is voor jonge (alleenstaande) moeders? Of kiezen Noren er bewust voor om voor of tijdens hun studie kinderen te krijgen, omdat de voorzieningen er toch wel zijn? Wat mij betreft een interessant vraagstuk voor een socioloog. Wat voor antwoorden deze vraag ook mogen opleveren, feit blijft wel dat ik straks colleges volg in het kinderwagenparadijs.

Bodø

De grote claustrofobie-test

by Femmigje Andersen-Sijtsma 9. November 2008 17:13

Kruipen, tijgeren en klauteren, het hoort er allemaal bij als je je door de vele gangen en nauwe kruipruimtes van een grot heen wilt wurmen. Afgelopen zaterdag was het zover, al jaren wilde ik eens een grot van binnen zien, maar tot nu toe was het er nog niet van gekomen. Onder begeleiding van een (Nederlandse) gids kropen we 115 kilometer ten zuiden van Bodø onder de grond. En niet alleen het feit dat we ons onder de grond bevonden, bezorgde mij het gevoel dat ik een worm was. Want onder het motto ‘Als je hoofd erdoor past, dan kan de rest van je lichaam er ook door’ schoven we op onze buik door nauwe passages waar je door ruimtegebrek soms niet eens je voeten kon gebruiken om jezelf verder te schuiven. Gelukkig kwam er na een stukje schuiven altijd weer een grotere doorgang, zodat je op je handen en knieën verder kon kruipen of zelfs rechtop kon lopen. Na drieënhalf uur kruipen in onderaardse gangen durf ik met een gerust hart te stellen dat ik de grote claustrofobietest met verve heb doorstaan. Het was een heel bijzondere ervaring en spannende uitdaging om op deze manier de ondergrondse gangenstelsels te ontdekken. Ook de rivier die door de grot stroomde sprak erg tot de verbeelding. Van de typerende geur die in zo’n grot hangt, kunnen we trouwens thuis in de badkamer nog even nagenieten, want de kleren die we die dag droegen, zijn nog niet allemaal in de was geweest

De ingang van de grot.

Iedereen droeg een overal, want door dat vele schuiven en klauteren zouden je kleren enorm slijten.

Ook een helm met lamp behoorde tot de uitrusting van de grotexpeditie. Zonder helm had ik de grot waarschijnlijk niet zonder hersenschudding verlaten.

Bodø

Ajeto, buur!

by Femmigje Andersen-Sijtsma 9. November 2008 16:05

Ieder jaar als de zomer op zijn eind loopt, merk je het weer: de winter is toch echt het minst sociale jaargetijde. Maak je tijdens het schoffelen van je tuintje in mei nog eens een gezellig praatje met de onderbuurvrouw en sta je op een warme zomerdag zo een half uur te kletsen met de overbuurman die de auto staat te wassen, als de winter zijn intrede doet, blijft er van het sociale leven in de straat niet veel meer over als een vluchtig ‘hallo’ bij de brievenbus. Met een flinke portie geluk besluit je precies op hetzelfde moment als de buren sneeuw te ruimen op de oprit en kun je elkaar tijdens die klus nog een beetje op de hoogte houden van de stand van zaken, maar zodra de oprit sneeuwvrij is, dan is het rap rap terug naar de warme haard. Niet dat we de hele winter binnen zitten, maar niemand staat voor z’n plezier bij -10 een half uur lang klappertandend met de buren te praten.

Om wat aan dit probleem te doen, heeft onze buurtvereniging besloten om over te gaan op de gezamenlijke aanschaf van een grillhuisje, oftewel een blokhut met vuurkorf. En hoe kun je het saamhorigheidsgevoel in de buurt nog een eindje verder opkrikken? Juist ja, door er bij het bouwen van de blokhut net als 'buurman en buurman' samen de schouders onder te zetten! Vandaar dat iedereen vo

rige week zaterdag werd opgetrommeld om een steentje bij te dragen bij de bouw van ons nieuwe buurthonk:

De bouwtekening wordt door 5 technische buurmannen nauwkeurig onder de loep genomen.

Voor de dakbedekking en de schoorsteen op hun plek kwamen.

Na uren timmeren en solidair zweten was de blokhut klaar voor gebruik. De officiële opening vindt plaats op de eerste zondag van advent, maar op deze laatste foto is te zien hoe de vuurkorf onder genot van een biertje wordt getest. Een ontzettend gezellig buurthonk, ruim zat voor 15 buurmannen en -vrouwen en zelfs bij -20 niet koud.

Bodø

Grensverleggend integreren

by Femmigje Andersen-Sijtsma 20. October 2008 11:08

Integreren is nuttig en praktisch en tot op zekere hoogte ook erg leuk. Zo heb ik het als een heuse bevrijding ervaren om het oer-Hollandse één-stukje-taart-per-persoon-principe van me af te schudden, maar in mijn optiek zijn er toch ook zeker grenzen aan een inburgeringsproces. Natuurlijk probeer je je zo Noors mogelijk te gedragen, maar het kan toch niet de bedoeling zijn dat we ook de slechte gewoontes van de doorsnee Noor moeten overnemen. Vaak de auto pakken, zo weinig mogelijk fietsen. Winkelwagentjes na gebruik midden in het gangpad achter laten. Om nog maar te zwijgen van al die zogenaamde delicatessen. Zo hebben wij na één keer proberen, toch maar afgezien van deelname aan de fårikål-hysterie die hier ieder jaar in september uitbreekt. Fårikål (schapenvlees met kool) kan er qua smaak nog net mee door, maar om die weeë geur van dat gerecht nou ieder jaar vrijwillig in je keuken toe te laten? Ook gaan wij niet in op uitnodigingen voor lutefisk-feestjes (waar gekookte stokvis geweekt in loog de reden van samenkomst is). Nee, dan zeggen wij: vriendelijk bedankt. Integreren? Prima, maar het moet wel leuk blijven.

Uiteraard stappen wij wel eens over onze eigen grenzen heen om toch een stukje welwillendheid aan onze nieuwe landgenoten te tonen. Zo hebben wij eens heel braaf het buikje van een gekookte krab leeg zitten lepelen. Nu moet ik erbij vertellen dat het witte krabbenvlees in de scharen prima te eten is, maar die buikinhoud deed eerder denken aan een ordinaire kwak diaree. Zo, dat is eruit! En daarmee zijn we beland bij de clou van dit verhaal: grensverleggende integratie op het gebied van poep.

Ik herinner het me nog als de dag van vandaag. Al verschillende keren had ik bakjes koekjes, snoepjes en negerzoenen aan de deur gekocht van kinderen die met de opbrengst een schoolreisje wilden bekostigen. Maar mijn mond viel open van verbazing toen er op een regenachtige woensdagavond twee tieners met een bloedserieus gezicht vroegen of ik ook een baal wc-papier wilde kopen. Even overwoog ik om ook dit keer mijn beurs maar weer tevoorschijn te toveren, de opbrengst ging immers naar een uiterst leerzame excursie in Rusland, maar het werd me toch te gek. Ik zei: ‘Sorry jongens, alles leuk en aardig, maar hier gaat de grens: ik koop geen wc-papier aan de deur.’

Ik klonk heel vastberaden en was ook echt van plan om die grens niet te overschrijden, maar ja... alles went op den duur. Drie jaar in Noorwegen eist zijn tol en afgelopen donderdag was het dan ook zo ver: voor het eerst in mijn leven ga ik poepen voor het goede doel en is er opnieuw grensverleggend geïntegreerd.

Bodø

NOTHING BEATS MY BIKE!

by Femmigje Andersen-Sijtsma 27. September 2008 21:30

Mijn vakantie zit er bijna op. Maar natuurlijk moet die tot de laatste dag ten volle benut worden. Vooral als het na dagenlang mist en temperaturen rond de 10 C eindelijk weer zomers warm wordt. Daarom gingen Bjarke en ik gretig in op het aanbod om met de familie Li (geïntroduceerd in blog 2) te gaan kamperen aan een strand op één van de vele onbewoonde eilandjes in de buurt van Bodø.

Bij de trailerhelling, waar we op de Li’tjes stonden te wachten, werd mijn aandacht getrokken door een aparte verschijning: ik zag twee mensen op vreemdsoortige tweewielers rond rollen. Dat wilde ik natuurlijk wel eens van dichtbij bekijken. Maar ongestoord observeren was er niet bij. Nee, ik werd ogenblikkelijk door één van de bestuurders aangesproken. De ingenieuze uitvinding onder zijn voeten bleek een SEGWAY te zijn. Ik werd vrijwel meteen uitgenodigd voor een proefrit (dit bijzondere schouwspel was dus niets anders dan een ordinaire verkoopdemonstratie), maar ik wilde natuurlijk eerst het één en ander van dit wonderlijke apparaat te weten zien te komen. De verkoper vertelde dat de SEGWAY op stroom rijdt en na 4 uren laden (gewoon met een stekker in het stopcontact) met een maximum snelheid van 25 km, 60 km kan afleggen. Het is de bedoeling dat deze tweewieler een milieuvriendelijk alternatief is voor korte ritten in en naar de stad. “Aha, net als mijn fiets dus!” zei ik tegen de breed grijnzende verkoper, die er onmiddellijk tegenin bracht dat als ik meteen verkocht zou zijn als ik de SEGWAY eenmaal had geprobeerd.

Inmiddels was de familie Li gearriveerd en hun 3 dochters stonden te popelen om de SEGWAY eens uit te testen.

Kristin test de SEGWAY als eerste uit.

Toen Kristin als eerste op de tweewieler was gestapt, kreeg ze de volgende instructies van de verkoper: “Sta helemaal stil en DENK dat je naar voren wilt” Kristin dacht blijkbaar niet hard genoeg want meer dan een slakkengangetje zat er niet in en toen ze moest DENKEN dat ze wilde stoppen, botste ze tegen de verkoper op, maar na enige oefening ging het steeds beter. De verkoper beweerde dat de SEGWAY puur op denkkracht rijdt...

Ingrid DENKT zich suf, maar dat is ogenschijnlijk niet genoeg.

Marit durft ook best een ritje op de SEGWAY aan.

Toen vond de verkoper het hoog tijd om een volwassene op de SEGWAY plaats te laten nemen:

Het was best aardig om eens te proberen, maar ik ben bang dat dit mijn conditie niet ten goede zou komen. Ik hou me liever fit op mijn fiets! Deze gedachte kon ik helemaal niet meer loslaten toen ik met mijn ogen stond te knipperen van de kleine 7000 euro die deze calorieëndief moet kosten. Die verkoper kan me wat met zijn:"Je bent een natuurtalent." Nothing beats my bike!

Kristin en Ingrid dachten daar anders over. Die weten nu al wat ze voor kerst gaan vragen.

Bodø

NOTHING BEATS MY BIKE!

by Femmigje Andersen-Sijtsma 27. September 2008 21:30

Mijn vakantie zit er bijna op. Maar natuurlijk moet die tot de laatste dag ten volle benut worden. Vooral als het na dagenlang mist en temperaturen rond de 10 C eindelijk weer zomers warm wordt. Daarom gingen Bjarke en ik gretig in op het aanbod om met de familie Li (geïntroduceerd in blog 2) te gaan kamperen aan een strand op één van de vele onbewoonde eilandjes in de buurt van Bodø.

Bij de trailerhelling, waar we op de Li’tjes stonden te wachten, werd mijn aandacht getrokken door een aparte verschijning: ik zag twee mensen op vreemdsoortige tweewielers rond rollen. Dat wilde ik natuurlijk wel eens van dichtbij bekijken. Maar ongestoord observeren was er niet bij. Nee, ik werd ogenblikkelijk door één van de bestuurders aangesproken. De ingenieuze uitvinding onder zijn voeten bleek een SEGWAY te zijn. Ik werd vrijwel meteen uitgenodigd voor een proefrit (dit bijzondere schouwspel was dus niets anders dan een ordinaire verkoopdemonstratie), maar ik wilde natuurlijk eerst het één en ander van dit wonderlijke apparaat te weten zien te komen. De verkoper vertelde dat de SEGWAY op stroom rijdt en na 4 uren laden (gewoon met een stekker in het stopcontact) met een maximum snelheid van 25 km, 60 km kan afleggen. Het is de bedoeling dat deze tweewieler een milieuvriendelijk alternatief is voor korte ritten in en naar de stad. “Aha, net als mijn fiets dus!” zei ik tegen de breed grijnzende verkoper, die er onmiddellijk tegenin bracht dat als ik meteen verkocht zou zijn als ik de SEGWAY eenmaal had geprobeerd.

Inmiddels was de familie Li gearriveerd en hun 3 dochters stonden te popelen om de SEGWAY eens uit te testen.

Kristin test de SEGWAY als eerste uit.

Toen Kristin als eerste op de tweewieler was gestapt, kreeg ze de volgende instructies van de verkoper: “Sta helemaal stil en DENK dat je naar voren wilt” Kristin dacht blijkbaar niet hard genoeg want meer dan een slakkengangetje zat er niet in en toen ze moest DENKEN dat ze wilde stoppen, botste ze tegen de verkoper op, maar na enige oefening ging het steeds beter. De verkoper beweerde dat de SEGWAY puur op denkkracht rijdt...

Ingrid DENKT zich suf, maar dat is ogenschijnlijk niet genoeg.

Marit durft ook best een ritje op de SEGWAY aan.

Toen vond de verkoper het hoog tijd om een volwassene op de SEGWAY plaats te laten nemen:

Het was best aardig om eens te proberen, maar ik ben bang dat dit mijn conditie niet ten goede zou komen. Ik hou me liever fit op mijn fiets! Deze gedachte kon ik helemaal niet meer loslaten toen ik met mijn ogen stond te knipperen van de kleine 7000 euro die deze calorieëndief moet kosten. Die verkoper kan me wat met zijn:"Je bent een natuurtalent." Nothing beats my bike!

Kristin en Ingrid dachten daar anders over. Die weten nu al wat ze voor kerst gaan vragen.

Bodø

Belazerd door een eland

by Femmigje Andersen-Sijtsma 28. August 2008 14:48

Je kent het wel, van die elanden-stickers die Noorwegen-fans op hun auto plakken. Heel leuk allemaal, maar de meeste toeristen hebben nog nooit het voorrecht gehad om een eland in het echt te zien. Ook ik deed er ruim een jaar over om "De koning van het bos" in levende lijve te mogen aanschouwen. Er is zelfs een periode in mijn leven geweest dat ik ernstig twijfelde aan het bestaan van de eland. Immers er bestaan ook dergelijke verkeersborden in dit prachtige land:

Zou de eland niet gewoon pure gewichtigdoenerij van die Noren zijn? Een manier om op Loch Ness-achtige wijze naïeve buitenlanders aan te trekken en het toerisme een duwtje in de rug te geven? Maar telkens als ik mijn twijfels uitte, werd mij door de lokale bevolking verteld dat ik gewoon even een ritje naar Kvikstad moest maken. Keer op keer werd mij plechtig beloofd dat het daar van de elanden wemelde, ja dat het welhaast onmogelijk was om er NIET één te zien.

Inmiddels heb ik al een aantal keer een of meerdere elanden gezien, één keer stonden er zelfs twee in onze achtertuin (voor sceptici, zie hier het bewijs: http://www.andersensijtsma.be/linpha-1.2.0/viewer.php?albid=3901&stage=2, maar nooit zijn de Kvikstad-elanden-garanties uitgekomen. Ik zie sowieso heel zelden elanden, hooguit 4 keer per jaar. En dat is jammer, want vrienden en familie die langskomen, hebben dit juist bovenaan op hun verlanglijstje te staan.
Vandaar ook dat ik afgelopen dinsdag, zittend op de achterbank bij kennissen onderweg naar Kvikstad, enigszins honend zei: "Nou, kom maar op met die elanden."
Maar zoiets keert zich natuurlijk tegen je. Want binnen de kortste keren zat ik met mijn mond vol tanden toen de chauffeur (al na een kwartier rijden) plotseling remde. Aan de rechterkant van de weg lagen maar liefst vijf elanden te doezelen. En na een half uur rijden moest onze chauffeur opnieuw vol op de rem, ditmaal om een overstekend wijfje te ontwijken. Uiteraard was ik toen al dik tevreden, maar alsof die beesten het erom doen, stonden er ook op de terugweg nog eens twee elanden vrolijk te grazen in een weiland langs te weg. En nog geen vijftien minuten later moesten we alweer halt houden, zodat ik met mijn mobieltje een foto kon maken van een enorm mannetje dat ons glazig stond aan te staren.

Na zo'n ervaring haal je je natuurlijk de gekste dingen in je hoofd. Misschien komt het door de kleur van onze auto? Misschien heeft het iets te maken met het feit dat wij geen autochtonen zijn? Wie weet is de oorzaak puur een genetische fout, dat mijn hersenen weigeren om de aanblik van een eland te registreren, omdat mijn jagersinstinct in de loop der generaties op een lager pitje is gezet?

Wat het ook mag zijn, ik voel me gewoon een beetje belazerd door die loerendraaiers van een elanden. Gelukkig begint binnenkort het jachtseizoen weer.

Bodø

Van vertegenwoordiger tot visser

by Femmigje Andersen-Sijtsma 8. July 2008 12:52

In het kader van ‛Vakantie in eigen gemeente - waarom zou je verder weg?’ besloten Bjarke en ik een weekend te gaan kamperen op Landegode, een eiland dat 10 km ten noorden van Bodø ligt. Dit reisdoel wekte nogal verbaasde gezichten op bij Bjarke’s collega’s die ervan uit waren gegaan dat we een vakantie naar Nederland of Denemarken hadden gepland. Maar bij navraag bleek geen enkele collega ooit op Landegode te zijn geweest en in één klap was ons vakantieoord hyper exotisch.

Terwijl Bjarke in de rij stond om kaartjes te kopen voor de catamaran naar Landegode, bleef ik bij onze rugzakken zitten wachten. Het duurde niet lang of een drietal Nederlands sprekende personen kwamen vlak naast me zitten. In eerste instantie dacht ik dat het om toeristen ging, maar uit de gesprekken kon ik op maken dat de jongste van het stel, een man van rond de 40, aardig bekend was in deze streek. Dus na een kwartier te hebben ‘meegeluisterd’ besloot ik toch eens te informeren. Deze man bleek Dennis te heten, een vertegenwoordiger uit het Gooi die ruim een jaar geleden met zijn vrouw en twee kinderen naar Landegode geëmigreerd is en daar nu als visser werkt. Een wel heel bijzondere carrièreswitch! De twee andere Nederlander bleken zijn ouders te zijn, die momenteel op bezoek waren. Ze waren even op het vasteland geweest, omdat de schilderijen van vader Pangemanan met motieven van Noord-Noorwegen momenteel in de kunstgalerie van Saltstraumen worden tentoongesteld.

Bij aankomst op Landegode konden we ook meteen kennis maken met de vrouw van Dennis, want die stond de catamaran al op te wachten om te helpen bij het aanmeren en de loopplank op de boot te rollen.

"Het vrouwtje van Landegode" Deze berg ziet er (met wat fantasie) uit als een zwangere vrouw die op haar knieën ligt. Volgens een eeuwenoud verhaal is deze vrouw zwanger van haar minaar uit Lofoten en daar staart ze met een verlangende blik naar het noorden.

 

Op Landegode wonen ongeveer 50 mensen en op de basisschool zitten 7 leerlingen. Alleen aan de zuidkant van het eiland loopt een weg, niet langer dan 10 km. Er is een supermarktje die elke dag, behalve in het weekend, 2 ½ uur open is. Landegode is dan ook niet een attractiepark met hordes toeristen, eerder een utopia voor de rustminnende natuurliefhebber. De foto’s op: http://www.andersensijtsma.be/linpha-1.2.0/viewer.php?albid=3548&stage=2 zeggen volgens mij genoeg.

We besloten onze tent op te slaan naast een bos (lees: toilet) en vlak aan zee (lees: douche + afwaswater). Het enige wat aan deze idyllische plek ontbrak was drinkwater. Aangezien er niet veel smeltwater meer uit de bergen komt en het ook al een poos niet heeft geregend, waren de meeste beekjes uitgedroogd. We moesten ruim 2 km lopen naar het dichtsbijzijnde beekje. Met de gedachte: Voor ons is het vakantie, voor heel wat mensen in Afrika een dagelijkse realiteit, konden we ons prima verzoenen met deze korte wandeling met drinkflessen.

Om zoveel mogelijk bagage uit te sparen (elke kilo is er één teveel als je een eind moet lopen), hadden we voornamelijk “droogvoer” mee. Zie hier ons ontbijt (solide kost):

Hunebedbrij: Havermout, müsli, kaneel en suiker, het ligt als een steen op je maag.

Op zondag besloten we de hoogte in te gaan en Kvigtinden, een top van 788 m., te beklimmen. Het was bijzonder spectaculair, maar de laatste 20 meter wat mij betreft toch wat TE spectaculair. Ik word behoorlijk duizelig van richels van een meter breed met een doorkijkje met een afgrond van 600 meter... we namen genoegen met het ‘bijna bereiken’ van de top.

Op maandag wilden we proberen om aan de oostkant van het eiland te komen, maar dat viel nog niet mee. Toen de 10 km lange weg ophield moesten we verder over grote ronde stenen langs de kust. Een wandeltocht waarbij het behoorlijk aankomt op je evenwicht!

Aan de kust liggen grote...

En heeeeeeeel grote stenen.

Tijdens een korte pauze om even van het vele balanceren te bekomen, zagen we een bruinvis voorbij zwemmen. Een machtig gezicht!

Na drie dagen op Landegode met haar prachtige witte zandstranden, temperaturen van rond de 25 graden en een halve fles zonnebrandolie lichter, konden we niets anders dan concluderen dat dit eiland inderdaad erg exotisch is.

Bodø