Kruipen, tijgeren en klauteren, het hoort er allemaal bij als je je door de vele gangen en nauwe kruipruimtes van een grot heen wilt wurmen. Afgelopen zaterdag was het zover, al jaren wilde ik eens een grot van binnen zien, maar tot nu toe was het er nog niet van gekomen. Onder begeleiding van een (Nederlandse) gids kropen we 115 kilometer ten zuiden van Bodø onder de grond. En niet alleen het feit dat we ons onder de grond bevonden, bezorgde mij het gevoel dat ik een worm was. Want onder het motto ‘Als je hoofd erdoor past, dan kan de rest van je lichaam er ook door’ schoven we op onze buik door nauwe passages waar je door ruimtegebrek soms niet eens je voeten kon gebruiken om jezelf verder te schuiven. Gelukkig kwam er na een stukje schuiven altijd weer een grotere doorgang, zodat je op je handen en knieën verder kon kruipen of zelfs rechtop kon lopen. Na drieënhalf uur kruipen in onderaardse gangen durf ik met een gerust hart te stellen dat ik de grote claustrofobietest met verve heb doorstaan. Het was een heel bijzondere ervaring en spannende uitdaging om op deze manier de ondergrondse gangenstelsels te ontdekken. Ook de rivier die door de grot stroomde sprak erg tot de verbeelding. Van de typerende geur die in zo’n grot hangt, kunnen we trouwens thuis in de badkamer nog even nagenieten, want de kleren die we die dag droegen, zijn nog niet allemaal in de was geweest

De ingang van de grot.

Iedereen droeg een overal, want door dat vele schuiven en klauteren zouden je kleren enorm slijten.

Ook een helm met lamp behoorde tot de uitrusting van de grotexpeditie. Zonder helm had ik de grot waarschijnlijk niet zonder hersenschudding verlaten.