Het is zover. Na maanden twijfelen en dubben heb ik besloten om weer aan de studie te gaan. Vanaf 24 augustus a.s. is mijn titel officieel “Bachelorstudent Sociologie” en daarmee verruil ik mijn leven als kostwinner met dat van een studieboekenverslindende collegeloper, weer ouderwets genietend van allerhande studentenkortingen en twee maanden gratis stadsvervoer.
Inmiddels ben ik al een paar keer op de faculteit geweest om wat praktische en administratieve zaken te regelen. Een ding viel mij daarbij meteen op (wie weet is het mijn eerste sociologische ontdekking): het stikt hier van de kleuters! En dan heb ik het niet over het gemiddelde niveau van mijn medestudenten.
Bij het ophalen van mijn studentenpas was ik getuige van het volgende tafereel: in de rij naast me stond een jonge vrouw met een druilerige peuter, die behoorlijk uit zijn doen raakte, toen zij hem eventjes alleen liet. Er moest namelijk een foto gemaakt worden voor op haar studentenpas. Uit pure wanhopigheid (en vermoeidheid) ging het kleine ventje languit op de vloer liggen terwijl hij huilend met zijn vuistjes op de grond begon te timmeren. Moeders riep hem vanuit het fotohokje toe dat je je wel een beetje dient te gedragen op een universiteit.
Het was me een paar jaar geleden al eens opgevallen dat de universiteit van Bodø een eigen kinderdagverblijf heeft, speciaal bedoeld voor de kinderen van studenten, maar welke omvang dit fenomeen had, was mij toen niet duidelijk. Inmiddels heb ik daar een beter beeld van gekregen. Zo ving ik bij het prikbord waar tweedehands studieboeken worden aangeboden dit gesprek op:
‘Mamma, jij werkt hier, hè?’
‘Jaaaa.’
'Ik ben op mamma haar werk.’
‘Nou ja, werk, mamma studeert hier, Sofie.’

Op naar de universiteit! (illustratiefoto)
Naast vrouwen met kinderwagens, gezellig keuvelende kleutermeisjes en een hoogzwangere eerstejaars, heb ik ook mánnen met kinderen op de arm gezien. Toch krijg ik de indruk dat het niet de bedoeling is dat al deze studenten hun kroost straks meenemen naar college. Dat stond namelijk expliciet vermeld in het reglement van de universiteit. Iets waar volgens mij in het reglement van de Rijksuniversiteit Groningen met geen woord over wordt gerept.
Maar de bijzonderste van al mijn observaties was toch wel de uitspraak van een decaan tijdens een openingstoespraak waarbij alle studenten er nadrukkelijk op gewezen werden dat het mogelijk is om tijdens de schriftelijke tentamens een BORSTVOEDINGSPAUZE in te lasten.
Betekent dat nou dat de vrouwenemancipatie hier verder is dan in Nederland? Dat het onderwijs hier op praktisch en financieel gebied veel toegankelijker is voor jonge (alleenstaande) moeders? Of kiezen Noren er bewust voor om voor of tijdens hun studie kinderen te krijgen, omdat de voorzieningen er toch wel zijn? Wat mij betreft een interessant vraagstuk voor een socioloog. Wat voor antwoorden deze vraag ook mogen opleveren, feit blijft wel dat ik straks colleges volg in het kinderwagenparadijs.